Dit werkstuk is gemaakt door Yannick

 

 

Werkstuk van: Yannick Pico

Groep: 8b

Datum: november 2002

 

Een Hoornse jongen in Indië

 

INHOUD:

 

Waarom heb ik voor dit onderwerp gekozen       blad 3

 

Wie is mijn opa                                                        blad 3

 

Waar ligt Indonesië                                                 blad 4

 

Drie jaar dienst                                                        blad 4

 

De reis                                                                      blad 5

 

De eerste maanden                                                blad 5

 

Ploppers                                                                   blad 7

 

De leefomgeving                                                     blad 7

 

Terugreis en thuiskomst                                         blad 9

 

Nog 1 keer terug                                                     blad 9

 

Wat hij er nu van vindt                                             blad 10

 

Wat vond ik er van                                                   blad 10

 

Bedankt                                                                    blad 10

 

Bronnen                                                                    blad 11

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom heb ik voor dit werkstuk gekozen?

 

Als de mensen die daar zijn geweest dood gaan, dan is er niets meer van over, dan kan niemand meer vertellen wat er gebeurd is. Daarom is het belangrijk om dit op te schrijven, zodat wij later nog kunnen nalezen hoe het er vroeger aan toe ging.

 

Ik heb met mijn opa het onderwerp besproken, hij heeft in Indonesië in het leger gezeten.

 

 

Wie is mijn opa:

 

Mijn opa is geboren op 22 maart 1926, dat betekent dat hij nu 76 jaar is.

 

Hij is een echte hoornaar, zijn hele leven woont hij al langs de Kickert. Dat is de vaart in Den Hoorn die van Schipluiden naar Delft loopt.

Opa, hij heet Gerard Koop, is de jongste zoon van een tuindersgezin. Hij had 1 zus en 4 broers. Tante Truus, oom Joop en Oom Fried en mijn opa zijn nog in leven.

Opa Koop is 45 jaar getrouwd met Trix Vieveen, zij hebben 3 kinderen gekregen: Manita, Wilbert (de vader van Tessa die bij mij in de klas zit) en Brigitte (mijn moeder).

 

Hij is altijd tuinder geweest. Ook heeft hij veel gewerkt in verenigingen voor de tuinbouw.

Sinds de tuin weg is omdat er huizen gebouwd moesten worden, werkt hij niet meer. Hij heeft nog een mini-kasje met bloemen.

 

Hij zorgt nu voor oma, die invalide is. Ze wonen samen op de Dokter van de Poellaan in Den Hoorn. Voor afleiding gaat opa graag naar de kegelclub.

 

Bij mijn opa en oma hangen en staan spullen uit Indonesië. Er hangen 2 schilderijen van papyrus, die vind ik wel heel mooi. Hij heeft ook nog een schilderij hangen van een baai uit Indonesië, het is de baai van Ambon

Opa heeft in indie gediend voor het Nederlandse leger. Daarom heeft hij een band met dit land.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waar ligt Indonesië

 

Indonesië ligt op het noordelijk en het zuidelijk halfrond, de evenaar loopt dwars door het land heen. Als je op de wereldbol kijkt, ligt het tussen ongeveer 10 graden noorderbreedte en 10 graden zuiderbreedte, en vertikaal tussen de 100 en 150 graden. Het bestaat uit hartstikke veel eilandjes. Enkele namen zijn : Java, hierop ligt de hoofdstad Jakarta, Borneo, Sumatra, Sulawesi en Guinea.

Onder dit land ligt Australië, verder grenzen Thailand, Cambodja, Vietnam, de Filippijnen, China en Japan aan dit land.

 

Links ervan ligt de Indische Oceaan, en aan de rechterkant ligt de Grote Oceaan.

 

 

Drie jaar dienst:

 

Toen mijn opa naar Indonesië vertrok was hij 21 jaar, dat was dus in 1947.

 

Vroeger heette Indonesië Indië. De naam is later veranderd met de soevereiniteitsoverdracht, dat is omdat Indonesië een eigen regering kreeg.

Vroeger was Indonesië een kolonie van Nederland.

 

Vorig jaar hebben wij het nog uitgebreid gehad op school over de VOC, de Nederlanden dreven toen handel met Indonesië. We haalden er vooral specerijen en zijde vandaan.

De overdracht van het gezag van Nederland aan de staat Indonesië in 1948 noemde men de soevereiniteitsoverdracht.

 

Opa werd opgeroepen door de Nederlandse regering, er waren wel een stuk of 50 –60 mannen uit het dorp die ook gingen, dat was een flink aantal, zeker omdat Den Hoorn nog maar een kleine gemeente was. Ook de opa van Loes van Dijk ging met mijn opa mee. Hij staat naast hem op de foto.

 

Sommige van deze mannen ziet hij nog wel eens, enkelen zijn overleden. Maar ieder jaar is er een reunie met de oud-Indiëgangers.

 

De militaire opleiding die de jonge soldaten kregen, was afhankelijk van het onderdeel waarvoor ze ingedeeld waren.

Je hebt bijvoorbeeld infanterie, dat is de afdeling van het leger die te voet vecht, je hebt artillerie, dat is het onderdeel wat zich bezig houdt met de wapens en kannonen.

Mijn opa had een artillerie-opleiding gekregen in Ede in Gelderland, deze duurde 6 maanden. Daar leerden de militairen omgaan met wapens. Maar ook het vervoer van wapens en kannonnen werd ze geleerd.

 

Er werd geoefend op de hei in de Veluwe, tegen heuvels en dalen, om het geschut in stelling te brengen. Dat betekent: het klaarzetten van de wapens en kannonen zodat ze klaar zijn te gebruiken.

Het oefenen gebeurde op de hei omdat het terrein niet altijd vlak is, zodat ze net konden doen alsof ze in Indonesië zaten. Alleen de temperatuur was in Nederland wel anders (grapje).

 

 

 

Mijn opa ging per boot naar Indonesië, de reis van Nederland naar de andere kant van de wereld duurde 28 dagen.

 

Hij stapte op in Amsterdam. Het schip heette de Johan van Oldenbarneveld. Hij ging door het Kanaal, over de Atlantische Oceaan, rond Spanje heen, door de straat van Gibraltar, zo kwam hij in de Middellandse Zee.

 

Daarna vaarde hij door het Suezkanaal, dat ligt op de grens van Egypte en Israel. Dit kanaal is meer dan 160 kilometer lang, het is de verbinding met de Rode Zee. De aanleg van dit kanaal duurde meer dan 10 jaar, en was gereed in 1896.

 

Via de Rode Zee kwamen ze in de Golf van Aden, dat ligt onder Jemen, dan nog alleen de Stille Oceaan over. Deze Oceaan wordt ook de Indische Oceaan genoemd.

Zo kwamen ze in Indië aan, op het eiland Sumatra, in de havenplaats Medan.

 

Vanuit Medan zijn ze per boot naar Java gegaan. In de haven van Jakarta kwamen ze aan.

 

 

De eerste maanden:

 

De eerste 2 dagen in Indië was hij erg ziek geworden, hij had buikloop, dat is dat je ontzettend aan de diarree bent.

Het was zijn eigen schuld, want hij had er water gedronken en fruit gegeten. Het water uit Indië was minder goed gezuiverd.

 

Hij was er eerst chauffeur op een kantoor, dat heeft hij 6 maanden gedaan en toen is hij gaan varen tussen de eilanden.

Opa vaarde daar om de militairen en vracht te vervoeren.

Hij is bijna op alle eilanden geweest, van Sabang boven in Indonesië tot aan Merang in Nieuw-Guinea toe.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ploppers:

 

De inwoners vonden de Nederlanders ook aardig. Toch waren er een stel mensen die tegen de Nederlanders waren, dat waren verzetstrijders. Men noemde die de Ploppers. Zij hebben van de Nederlanders gewonnen, daardoor is Indonesië onafhankelijk geworden.

 

Het woord “plopper”komt van het maleisische woord “pelopor”. Ik heb het opgezocht in de Dikke van Dale, zo heet dat woordenboek. Het betekent: politiek strijder van de indonesische zelfstandigheid. In 2002 is dat nu een scheldwoord.

 

Onafhankelijk is dat Indonesië eerst bij Nederland hoorde, het was een kolonie.

Vanuit Nederland regeerde men dan over Indonesië, maar later hadden ze een eigen regering, die niets meer met Nederland te maken had.

 

De militairen uit Nederland moesten orde en vrede handhaven, daarom werden zij er naar toe gestuurd. De Ploppers staken alles in brand wat ze tegen kwamen, dat deden ze om onrust te stoken. De Nederlanders maakten jacht op de Ploppers om ze hier in tegen te houden.

 

 

Leefomgeving:

 

De soldaten woonden niet in een tent en niet in een huis. Het zat ertussenin, men noemde het barakken.

Barakken hadden rieten daken en houten wanden en soms een luifeltje. Zie foto.

 

In zo een barak sliepen de soldaten met 30 man. De mannen moesten daar om 07.00 uur beginnen, dan ging mijn opa naar het kantoor waar hij werkte. Zijn normale werkzaamheden op kantoor duurden tot een uur of 2 ‘s middags. Daarna moest hij de majoor rondrijden.

 

Corveedienst heeft hij bijna nooit gedaan. Ze hadden daar een baboe, dat was een huishoudster. Dat was daar heel normaal, ieder gezin had wel 1 of 2 baboes. Zij kookten en maakten schoon.

Het eten wat daar gekookt werd was Hollands en Indisch. Van Hollandse pieper tot Indische rijst.

 

De mensen vervoerden zich daar met jeeps, die rijden beter op hobbelige wegen dan gewone auto’s.

 

Opa vond het niet echt eng in Indonesië, maar ‘s avonds moest je toch wel op je hoede zijn, dan had hij ook een wapen bij zich.

 

Mijn opa had er veel vrienden gemaakt. In zijn vrije tijd gingen de soldaten wel eens naar een bioscoop, of ze gingen de stad in en gingen eten bij een restaurant of ze zaten ’s avonds bij elkaar te praten over wat ze die dag hadden gedaan.

 

Mijn opa had daar ook een vriendin en ik denk dat als mijn opa al verkering had met mijn oma, dan had ze dat denk ik niet goed gevonden (grapje).

Opa Gerard kreeg regelmatig post van thuis (hij woonde toen op de Dijkshoornseweg daar waar nu een vietnamees gezin woont, dat is op nummer1).

 

De mensen gingen ook naar de kerk of kathedraal op het Koningsplein, dat was volgens mijn opa ongeveer 10 minuutjes lopen van het kantoor.

 

Gemiddeld zaten de mannen er ongeveer 3 jaar in Indonesië, opa ook.

 

Terugreis en thuiskomst:

 

In 1950 zijn ze teruggegaan per schip, de General Muir.

Ze kwamen aan in Rotterdam aan. (foto)

 

De families stonden hun niet op te wachten ze werden opgewacht door de mensen van het leger, en toen ze binnen in een gebouw waren kregen ze een Hollandse appel !!

In bussen werden ze verdeeld in groepen.

Je had bijvoorbeeld een westlandse groep en Haagse groep. Die bussen brachten je dan naar huis.

 

Toen mijn opa thuis kwam was iedereen dolgelukkig dat hij gezond en wel thuis kwam.

Het was niet een erg groot feest zoals dat je nu viert, gewoon een beetje slingers en zo.

 

Vakantie vieren was er niet bij. ’s Middags na thuiskomst zat hij nog bij zijn vader en moeder, De volgende dag ging hij werken bij zijn broer Joop Koop, die zat toen in de bloemkolen. Oom Joop vroeg toen aan mijn opa of hij die volgende dag kon helpen en mijn opa zei ja, dus die was toen gaan werken.

 

Nog 1 keer terug:

 

Mijn opa is nog één keer teruggeweest in Indonesië met mijn oma, dat was in 1982. Ze gingen er heen omdat ze 25 jaar getrouwd waren. Toen hadden ze nog veel dingen bezocht die mijn opa toen had gezien.

Het was er behoorlijk veranderd, veel dingen zijn er niet meer, dit kwam ook vooral door de nieuwe regering.

Opa ontmoette nog oude bekenden die nog Hollands praatten.

 

Mijn opa denkt nog wel eens aan.

Als mijn opa over Indonesië droomt, droomt hij over het varen.

 

 

 

 

 

 

 

Wat hij er nu van vindt:

 

Mijn opa vindt het een blunder wat er is gebeurd, maar achteraf praten is makkelijk.

Want we hadden met Indonesië een goede band. Die hadden we moeten houden.

Want er waren veel plantages en oliemaatschappijen. En als we samengewerkt hadden, was het voor beide landen economisch aantrekkelijker geweest. Door een goed overleg had er voor Nederland en Indonesië winst in gezeten, zonder dat de lokale bevolking hier nadelige gevolgen van zou hebben.

 

Mijn opa zou het niet anders gedaan kunnen hebben, dan zoals het nu gelopen is.

Want de politiek maakte het uit, ze stuurden de soldaten maar. Die konden er geen invloed op uitoefenen. Maar hij vind het allemaal niet goed gegaan.

 

Als het kan gaat mijn opa naar de dodenherdenking op 4 mei hij doet het voor de slachtoffers van WO2 en voor de indiegangers.

 

Als ik aan mijn opa over Indonesië vraag kan hij uren door blijven gaan.

Maar als hij de leukste en de minder leuke dingen moet vertellen zijn dat,

het minder leuke is dat hij er erg ziek is geweest, hij had een echte tropenziekte opgelopen.

Ook dat de Ploppers van die visdraadjes over de weg hingen precies op de hoogte van je nek, was niet leuk. Daarom zetten de Hollanders een stalen paal voorop de jeep zodat die lijn kapot ging als ze er tegen aan reden.

Er waren veilige, minder veilige en gevaarlijke gebieden in het land. Je zorgde er dus wel voor dat je op de veilige gebieden was.

En het leukste vond mijn opa het varen tussen de eilanden. Hij zegt zelf: “Ik heb er een prachttijd gehad, ik heb veel gezien en geleerd. Je hebt kennis gemaakt met een wereld heel anders dan de onze. Wij kwamen tussen de bloemkolen vandaan, dit was heel wat nieuws, het omgaan met mensen en het dingen organiseren heb ik daar goed geleerd.”

 

 

Wat vond ik er van:

 

Het was moeilijk, sommige woorden die opa gebruikte heb ik later opgezocht in het woorden boek. Zoals soevereiniteitsoverdracht en infanterie.

Ik vond het wel leuk, want ik ben er wel wat wijzer van geworden. Als ik nu aan opa en Indonesië denk, denk ik aan het varen. Misschien heb ik dat wel van opa, want ik vind varen ook zo leuk. We hebben zelf een boot en ik ben pas nog wezen varen op de Oosterschelde met een vissersboot.

 

 

Bedankt:

 

Ik wil mijn tante Manita, bedanken voor het lenen van haar dictafoon, mijn moeder voor het inscannen van de foto’s, mijn oma voor het lenen van opa, en natuurlijk mijn opa voor alle tijd die hij er ingestoken heeft om mij wat wijzer te maken.

 

 

 

Bronnen:

 

 

- Dikke van Dale, Groot woordenboek der Nederlandse taal

 

- Encyclopedie voor de Jeugd, van Aarde tot Zwaartekracht

 

- Gerard Koop, eigen archief.